Fjordsport

Voorzitter A.W.Biemans te Emmen (0591-616419)

Noord:
G.Ekkelenkamp, Rodedijk 32,7772 PH Hardenberg Tel.: 0523-267156
B.de Vries, Heegedijk 8, 8404 GB Langezwaag Tel.: 0513-462540

Oost:
J.A.P.Balk, Dreef 42, 3956 ET Leersum tel.mobil.:06-11288412

Mevr.Kuipers-Verwey,Paalbergweg 12, 7351 AG Hoenderloo 
Tel. 055-3782063

West:
E.Koopman, Rondenburglaan 135, 2135 KR Hoofddorp Tel.: 023-5613967
E.E.van Leeuwen, Noorddijk 6, 3284 LC Zuid Beijerland  Tel.: 0186-601095

Zuid:
T.van Krevel-Fransen, Zandvoortseweg 2, 5376 JA Reek. Tel.: 0486-47121
M.Vogel-Peynenborgh, Inlaagdijk 65,5254 KD Haarsteeg Tel.: 073-5116699

Als adviseurs zijn benoemd: Mevr. J.M.H.v.Bon en de Hr. J.Pisa.

Om een vaardigheidsproefdag uit te schrijven is het verstandig om met een van bovenstaande personen contact op te nemen. 

Reglementen Fjordsport

Doelstelling fjordsport:

Het bevorderen van fjordenpaarden in het algemeen gebruik, door middel van het afleggen van proeven.

Startgerechtigdheid vaardigheidsproeven

Als men aan de volgende punten voldoet is men startgerechtigd als een combinatie van paard en ruiter.  

      A.        Elk fjordenpaard dat is ingeschreven bij de vereniging                    
“Het Nederlandse Fjordenpaarden Stamboek”.

      B.        Eigenaar lid is van vereniging “Het Nederlandse 
                         Fjordenpaarden                                                   Stamboek”.

      C.        Ruiter/menner/lid van de vereniging "Het Nederlandse                   
                         Fjordenpaarden Stamboek" betaalt € 12,- per proef.

      D  .      Elke deelnemend fjordenpaard dient gechipt te zijn en in 
                         bezit van                                                            een fjordenpaardenpaspoort.

 

Ø    Alle reglementen voor de vaardigheidsproeven moeten worden nageleefd in het rijden van wedstrijden onder de commissie Fjordsport.

Ø    Een startgerechtigd fjordenpaard rijdt mee als het als combinatie geregistreerd en ingedeeld is in een klasse, dus het vaardigheidsdiploma voor de klasse heeft behaald. De hoogste gezamenlijke klasse geldt.

Ø    Inschrijfgelden voor wedstrijden wordt door de organisatie van de wedstrijd zelf vastgesteld.

 

De vaardigheidsproeven

        1.Algemeen:

A.   Vaardigheidsproeven kunnen uitsluitend worden gereden, als een fjordenpaard is ingeschreven in het stamboek en de eigenaar lid is van de vereniging “Het Nederlandse Fjordenpaarden Stamboek”.

B.    Het afnemen van de vaardigheidsproeven mag niet als wedstrijdvorm worden verreden.

C.    Wedstrijdresultaten mogen niet worden aangemerkt als het resultaat van een vaardigheidsproef.

D.  Voorafgaande aan een wedstrijd moet eerst het diploma van de desbetreffende klasse zijn gehaald.

2. Theoretische kennis

Bij het afleggen van een van de vaardigheidsproeven wordt de ruiter/amazone gevraagd blijk te geven van voldoende theoretische kennis, en wel:

*    B-dressuur/springen/mennen, kennis van de benamingen van exterieur   en harnachement.

*    L-dressuur/springen/mennen, kennis van de benamingen van exterieur   en harnachement, enige kennis van de omgang met het fjordenpaard,    opmaak signalement, verzorging, voeding, meest voorkomende ziekten   en giftige planten.

*    M-dressuur/springen/mennen, kennis van de benamingen van exterieur en harnachement, enige kennis van de omgang met het fjordenpaard, opmaak signalement, verzorging, voeding, meest voorkomende ziekten en giftige planten. Daarnaast het fjordsport-reglement.

*    Z-dressuur, theoretische kennis van de M.

 

3. Indeling

      De klasse A is facultatief.

      De klasse A en B mogen op dezelfde dag worden gereden, evenals de        klasse B naar L. Van de Klasse A naar B op advies van de jury. Van de   klasse B naar de L moet min. 160 punten worden behaald in Klasse B.  (dressuur en mennen)          
Daarna moet er minimaal 3 maanden tussen de verschillende niveau’s zitten.        
Indien de combinatie gezakt is dient er minimaal 3 maanden gewacht te     worden alvorens opnieuw de vaardigheidsproef af te mogen leggen, dit geldt eveneens als men niet min. 160 punten heeft gehaald om door te stromen van de klasse B naar L.

      De combinatie moet eerst B-dressuur zijn voordat zij B-springen vaardigheid mag  afleggen. Dit geldt ook voor de klasse L.        
Bij elke keer dat het diploma verreden wordt, wordt de theoretische kennis gevraagd.        
Indien B-springen en L-springen op een termijn van minder dan 3 maanden wordt verreden, moet de combinatie voor het B-springen met een minimum van een 7 voor wijze van springen van de fjord en een 7 voor wijze van springen van de ruiter zijn behaald.

 

4.  De dressuurvaardigheidsproeven:

A.  Combinaties slagen indien zij minimaal voor een A-dressuurproef 115  
 punten,

      B-dressuur 150 punten. L-dressuur 150 punten, LL-dressuur 160 
 punten,

      M-dressuur 150 punten, Z-dressuur 170 punten behalen.

B.  Daarnaast moet de theoretische kennis met minimaal een voldoende worden           afgesloten.

C. De minimale ringoppervlakte dient 20 x40 meter te zijn.

D. Vanaf 1 januari 2006 kunnen er nieuwe diploma’s worden gereden dit is in de volgende klasse: Klasse B2 is facultatief, Klasse L2, en M2, Z2, zijn dan verplicht om door te stromen naar de volgende klasse.

 

            Algemene bepalingen voor de individuele dressuurproeven.

*Lichtrijden en doorzitten: het van been verwisselen bij het van hand 
  veranderen   over de diagonaal geschiedt aan het eind van de 
  diagonaal.
  Er wordt op het buiten voorbeen licht gereden.

*Aftrek beoordelingspunten.
  Het lichtrijden, waar doorzitten wordt gevraagd en omgekeerd,  
  evenals het llichtrijden op het verkeerde been wordt met 1 punt 
  bestraft. Het totale cijfer voor een onderdeel wordt met een punt 
  verminderd. (per keer).
*Stem en tong hulpen zijn niet toegestaan.
*Kreupelheid: wanneer een paard onregelmatig of kreupel is wordt 
  het uitgesloten van deelname.
*Uit het hoofd rijden van de proef: wanneer een ruiter heeft besloten 
  de proef uit het hoofd te rijden moet het daarbij blijven. Voor elke    
  vergissing wordt een aftrek  van 1 punt gegeven. Derde vergissing  
  uitsluiting, met uitzondering van het licht rijden.
*Groeten van de ruiters

Bij het halthouden voor de jury neemt de ruiter de teugels in de 
linkerhand.
(eventueel met zweep) De ruiter brengt zijn rechterhand naar beneden achter zijn dijbeen en buigt het hoofd. Daarna weer de teugels in beide handen  nemen.

 

5. De springvaardigheidsproeven.

A. De vaardigheidsproef voor de klasse B en L is een vastgesteld parcours als aangegeven op tekening. De ringoppervlakte is minimaal 20 x 40 meter.

      Voor het M-springvaardigheidsdiploma wordt een vloeroppervlakte    
van 1200 M2 vereist.           
Minimale leeftijd van het fjordenpaard is 4 jaar.

 

B.  Beoordeeld wordt:

      B-springen

      *de wijze van rijden van de ruiter

      *de wijze van gaan en springen van het fjordenpaard.

Voor beide onderdelen moet ten minste het cijfer 6 worden behaald om te voldoen aan de gestelde eis. Er wordt volstaan met het "naar genoegen" van de jury afleggen parcours.

L-springen en M-springen

De combinatie die minder dan 8 strafpunten en ten minste 2 x cijfer 6 heeft behaald, heeft voldaan aan de gestelde eis.         

C. Bouwwijze en afmetingen van de hindernissen,

B-springen
*1 en 9 vier cavalettibalken
*2, 3, 5 en 6 vierkante oxer
*4 en 8 een stijlsprong
*7 triple-bar

L-springen
*1, 8, 9 een stijlsprong
*2, 3, 5, en 6 vierkante oxer
*4 dubbelsprong van twee x een stijlsprong
*7 triple-bar

M-springen
Een normaal parcours met minimaal 10 hindernissen waaronder een
driesprong. Tenminste 4 breedte-sprongen moeten worden opgenomen waaronder een triple-bar.

 

D.     Er wordt in handicap gereden. Hoogten en breedte dienen overeen te komen        met een normaal parcours. Een handicap is een eventuele verandering die wordt aangebracht in het parcours i.v.m. de “stokmaat” van de fjord. Fjorden tot 137 cm en fjorden 138 cm en hoger.

E.     Uitvoering:

         B-springen

         Het parcours vangt aan door in draf “verlichte zit” passeren van de   
  beginlijn.     
Na het nemen van de hindernis 1, in draf, wordt aangegaan in galop 
  "verlichte zit” en het parcours volgens tekening afgelegd. Op de lange 
  zijde na hindernis 8 terug naar draf “verlichte zit” over hindernis 9. 
  Het parcours eindigt door het overschrijden van de finishlijn.

         L-springen en M-springen

         De gehele proef in galop verrijden, met als start door de beginlijn en   
  aan het         eind door de finishlijn. Boven de hindernissen moet men in de “verlichte zit”.

        

            Algemene bepalingen voor het springen.

*Het groeten gebeurt altijd naar de jury toe voor aanvang van het   
  parcours en  na het gereden parcours, de teugels in de linkerhand en 
  de rechterhand achter het dijbeen en buigt het hoofd. Beide handen 
  weer aan de teugels.
*Tijdens de sprong dient de ruiter in de verlichte zit te zijn.

*Beginnen door de startlijn en eindigen door de finishlijn.

*Stemhulpen mogen beperkt worden gebruikt tijdens het springen.

*Wedstrijdspringen wordt altijd op stijl beoordeeld.

*Hulp van derden is niet toegestaan.

*Beoordelen na genoegen van de jury.

            Eerste ongehoorzaamheid: 4 strafpunten

            Tweede ongehoorzaamheid: uitsluiting

            Omverwerpen hindernis: 4 strafpunten

                    Val: uitsluiting

 

6.   De menvaardigheidsproeven

Ringoppervlakte Klasse B moet minimaal 20 x 40 meter zijn.

Voor de klasse L en M minimaal 25 x 50 meter.

Minimaal aantal punten Klasse B, L, M en Z, 150 punten

 Algemene bepalingen voor de menproeven.

*Overgangen
  De overgang dient te geschieden als de neus van het paard bij de letter 
  is.
*Leidselviering vrij, doch wordt er een constante aanleuning 
  verwacht, zonder verzet, tegen de hand, achter de loodlijn of te diep 
  zijn.

*Kleding
  Heren: rijkleding of een combinatie van kledingstukken met een 
  bijpassend hoofddeksel, voorschoot en handschoenen.

  Dames: Correcte kleding combinatie, hoed, voorschoot en 
  handschoenen.

  Ook mag het dragen van een rijtenue met cap, de voorschoot moet 
  hier ook bij aanwezig zijn.

*Rijtuig

  Een vierwielig rijtuig met een draaiend voorstuk.

*Tuigage en zweep

  Harnachement moet degelijk en in goede staat verkeren en goed

  onderhouden zijn. De zweep moet van zodanige lengte zijn dat deze het

  voorste paard vanaf de bok op de plek van het ruiterbeen raken kan.

 

*Groeten: Zweep en leidsels in de linker hand, met rechter hand 
  groeten met hoofddeksel. Dames: Zweep en leidsels in linkerhand, 
  rechterhand gestrekt naast het lichaam en een knik met het hoofd.

*De proef, uit het hoofd rijden of voorgelezen worden door de groom, 
  zittend op het rijtuig of aan de zijkant van de ring.

 

Inzetten van de fjordenpaarden.

Bij het afleggen van vaardigheidsproeven mogen de fjordenpaarden voor meer dan een proef worden ingezet. Maximaal 2 x voor het springen. Per afname dag mag het aantal van zes punten per fjordenpaard niet worden overschreden waarbij:

A. Dressuurproef klasse A en B telt voor 1 punt, klasse L 2 punten, klasse M en Z voor 3 punten.

B. elke springproef klasse B telt voor 1 punt.

C. elke springproef klasse L telt voor 2 punten.

D. elke springproef klasse M  en Z telt voor 3 punten.

E. elke menproef telt 1 punt, klasse M en Z voor 3 punten

 

Gezondheidszorg.

1.         Elk deelnemend fjordenpaard moet zijn geënt tegen influenza.

2.         Influenzavaccinaties moeten binnen twaalf maanden worden 
            herhaald.

3.         Bij elke diplomadag kan het overleggen of tonen van een geldig            
vaccinatiebewijs van het deelnemende fjordenpaard worden           
  verlangt. Het niet kunnen tonen leidt tot uitsluiting van de 
  combinatie.

4.         Ieder  deelnemend fjordenpaard is onderworpen aan 
  bepalingen die         opgenomen zijn in het veterinaire reglement.

5.         Het niet verschijnen bij voorgeschreven diergeneeskundige 
  controles leidt tot diskwalificatie,  bijv. dopingcontrole

 

Kleding en harnachementen algemeen

1.         Correcte kleding is verplicht voor deelnemers als zij zich in de 
            ring bevinden. Een veiligheidscap is verplicht. Dit geldt voor 
            ruiters,           menners moeten bij het dragen van een rijkostuum wel 
            een veiligheidscap dragen, niet als zij een andere kleding 
            combinatie dragen. Zij moeten dan wel een hoofddeksel dragen, 
            bijv. hoed of pet.      
          Rijtenue wordt gedragen door deelnemers die in de ring 
            verschijnen, gekleed in;

            *een rijkostuum of in club-tenue    

            *een veiligheidscap

Bij het mennen moet naast het kostuum (rijkostuum of kledingcombinatie) een menschort worden gedragen.

2.         Het rijden met handschoenen is verplicht met uitzondering in 
  de      klasse A/B.

            Uitsluitend in het geval van extreme zomerse temperaturen kan 
  tijdens          de proef het rij-jasje worden uitgelaten. Dit wordt door 
  de jury beoordeeld. In het geval van regen mag het dragen van  
  een regenjas tijdens het rijden.

3.         De deelnemer die geen correcte kleding draagt kan de 
  toestemming tot starten geweigerd worden.

 

Harnachement

1.         Het fjordenpaard dient te zijn opgetoomd met een degelijk en   
  goed passend en in behoorlijke staat van onderhoud verkerend 
  engels zadel,
tuig, hoofdstel en bit.

2.         Het rijzadel moet voorzien zijn van ruime beugels i.v.m. 
  veiligheids-redenen. De beugels mogen niet aan de singel worden 
  bevestigd.

3.         Het gebruik van een trenshoofdstel met africhtingneusriem,    
 Engelse         neusriem, Mexicaanse neusriem of de zgn. 
 gecombineerde neusriem, voorzien van een enkel of dubbel    
 gebroken bit is toegestaan.
 Ongebroken bit is niet toegestaan bij zadelrubrieken.

4.         Vanaf de klasse Z mag er met stang en trens hoofdstel gereden worden.       Daarbij is een kinriem en een kinkettingbeschermer van rubber of leer toegestaan.

5.         Alle onderdelen van de trens die in de mond van het paard   
 komen,
behoren uit hetzelfde metaal te zijn vervaardigd. De 
 lengte van de      scharen mag niet meer bedragen dan 10 cm. De diameter van de ringen van de trens mag niet groter zijn dan 8 cm.

6.         De bitten voor de paarden dienen - met uitzondering van de            onderlegtrens van een zodanige dikte te zijn, dat  het deel van het bit         dat op de lagen van de paardenmond rust bij de trenzen een dikte van    tenminste 1.5 cm heeft.

7.         Aan het materiaal van de teugels worden geen regels gesteld, maar in geen enkele klasse mogen er handvaten of lussen aan worden gemaakt.           
(Voor eventuele aanpassingen bij het rijden met gehandicapten worden         uitzonderingen gemaakt.) Dit in overleg met de jury.

8.         Een deelnemer mag niet direct noch indirect een deel van zijn lichaam   aan enig onderdeel van het harnachement vastmaken.

9.         Het versieren van het paard is niet toegestaan.

10.       Bij het mennen is wel een ongebroken bit toegestaan, mits het      voldoende dikte heeft. Een utrechts bit, bokkebitje, of wel stang geniet    de voorkeur. Gebruikt mogen worden een gareeltuig of borsttuig al of niet voorzien van oogkleppen. Staartlepels, oorophouders, opzetten en dergelijke hulpmiddelen zijn niet toegestaan. Ook voor het tuig     gelden dezelfde voorwaarden zie punt 1. Het opgetoomde fjordenpaard dient  van een degelijk en goed passend en in behoorlijke staat van            onderhoud verkerend tuig met hoofdstel te zijn voorzien.

11.       Toegestaan bij het springen, een lange losse martingaal en been-
      bescherming, een voortuig of staartriem.


            Hulpmiddelen

1.               Het gebruik van mondbeschermers (bitringen) is in de Klasse A, B en L toegestaan.

2.               Niet toegestaan:

a.   Een bit of stang niet voorkomend op de lijst van geoorloofde bitten.

b.   Slofteugel, gogeus en andere hulpmiddelen.

c.   Oorkappen, vliegnetjes, oogkappen of andere voorzieningen, die het coördinatievermogen van het fjordenpaard belemmeren. Dit wordt door de jury bepaald.

d.   Voortuigen en staartriemen dan wel andere voorzieningen die           ervoor zijn bedoeld het zadel op zijn plaats te houden.    
(in de dressuur)

3.             Tijdens het losrijden mogen - ongeacht of dit op het daartoe
aangewezen terreingedeelte plaatsvindt of elders geen andere bitten, hulpmiddelen en of andere voorzieningen worden gebruikt dan die, welke tijdens de proef zijn toegestaan. Een zweep is wel toegestaan ongeacht de klasse waarin men rijdt en het gebruik van een (vrije) martingaal, mits het paard met een trens is opgetoomd.

4.              Enkelvoudige bijzetteugels mogen uitsluitend worden gebruikt tijdens het longeren op het oefenterrein mits er enkel wordt gelongeerd en de bijzetteugels aan het bit en zadel zijn bevestigd. Het longeren met gebruik van andere hulpmiddelen is niet toegestaan.

5.              Het gebruik van beenbescherming is niet toegestaan
( dressuur en mennen), uitsluitend bij het losrijden mogen
beenbeschermers gebruikt worden.

6.               In de klasse A, B en L is het gebruik van sporen en zweep toegestaan.
In de M en Z klasse zijn sporen verplicht, en een zweep wordt niet
toegestaan.

7.             Maximale lengte van een zweep is 120 cm.

8.             Sporen alleen van metaal, met een maximale lengte van 4 cm.
Het uiteinde van de tand (spoor) moet stomp zijn, d.w.z. zonder scherpe randen, en moet altijd recht gericht zijn. Wanneer de tand voorzien is van een wieltje moet dit vrij kunnen draaien.

 

Dressuur en springen. Klasse A t/m Z
Lijst van toegestane bitten:

1.Een enkel gebroken trens

2.Een dubbel gebroken trens.

3.D-trens

4.Bus trens

De bitten zijn toegestaan, zowel in bus- als in watertrensuitvoering.
De trenzen mogen ook worden gebruikt als zij uit rubber of kunststof vervaardigd zijn.

Aanvulling in de Klasse Z:

1.   gewone stang zonder tongvrijheid

2.   gewone stang met gebogen scharen en tongvrijheid.

3.   onderlegtrens

Na het behalen van vaardigheidsdiploma klasse Z mag met stang en trens worden gereden.

Mennen:

1.    stang

2.       bokkebit/utrechtsbit

3.       liverpoolstang

Reglement staat in winternummer 2005

Alle proeven zijn te vinden op:

http://www.fjordsportproeven.fjordukie.nl/

 

 

 

 

Fjordenpaarden voor de 3-de maal Nederlands kampioen tweespan mennen

Archibald en Joeri heten de twee Fjordenpaarden die kunnen pochen met deze titel. Het zijn twee van de weinige Fjordenpaarden die op dit niveau meedraaien in de samengestelde tweespansport.
Raar vindt eigenaresse en koetsier Lodette van Gemert-Meijer, want ze lopen echt als een speer en willen altijd goed werken. Ik heb nooit andere pony’s gebruikt in wedstrijdverband maar ik weet zeker dat ze niet onderdoen voor andere rassen, ook niet op dit niveau.

Lodette geeft toe dat het soms wel moeilijk is tegen een KWPN-er met supergangen en bij het staptraject met een tempo van 5 km/uur was het nog wel eens bidden of de tijd gehaald zou worden, maar oefening baart kunst en iedere combinatie heeft wel ergens meer moeite mee !
Dat de weg naar zo’n kampioenschap niet altijd over rozen gaat, daar kan Lodette over meepraten. “Je moet het echt met hart en ziel doen, anders houd je het maar even vol”. Het is inmiddels bijna twee jaar geleden maar als ze nog eens terugdenkt aan wat ze allemaal heeft moeten doorstaan om de finale van het Nederlands Kampioenschap te mogen rijden ...

Het begon met de eerste wedstrijd van het seizoen in Gorssel. Archibald en Joeri misten een poortje door een stuurfout van de baas, waarna de jury meedogenloos toesloeg : diskwalificatie
De derde wedstrijd verliep zo mogelijk nog rampzaliger, door te veel vaart in een haakse wending was er geen houden meer aan en ging de hele kar over de kop. Lodette: “De parden waren gelukkig in orde maar ik had een fikse hoofdwond, wat kneuzingen en een zware hersenschudding. Twee maanden waren we uit de roulatie, maar gelukkig haalden we uit de toen nog resterende wedstrijden voldoende punten om het kampioenschap te mogen rijden.”

Tijdens het kampioenschap zetten Archibald en Joeri hun beste beentjes voor, de dressuur liep lekker, de paarden deden braaf hun werk. De vaardigheidsproef verliep vlekkeloos, maar in de marathon leek het noodlot opnieuw toe te slaan. Op de derde hindernis brak de buitenste streng van Archibald finaal door midden. Na de hindernis heeft groom Boudewijn (inmiddels Lodettes man) er snel een nieuw streng aangeknald. Helaas begaf in de volgende hindernis ook de binnenstreng het ... Ruim twee minuten moest goedgereden worden maar de combinatie was gelukkig toch op tijd binnen. Dat zegt genoeg over deze twee Fjordenruinen en hun baas. Opgeven? Nooit !!!

Afgelopen jaar is Lodette met haar Fjorden in klasse Z te zien geweest. De paarden hebben ook hier bewezen van topklasse te zijn, van de gestarte wedstrijden zijn ze slechts èèn keer niet als eerste geeindigd ! Aan het begin van het jaar was als doelgesteld, om voldoende punten te verzamelen om over te gaan naar de VSWMN. Het moest toch mogelijk zijn om met deze “brave paarden“, zoals IJsbrand Chardon ze in het tijdschrift ”BIT” noemt, heel goed te presteren.

En dat lukte ook, want er zijn niet alleen genoeg punten verzameld, het drietal is ook in de Z klasse Nederlands kampioen geworden. Leuk detail is, dat ook in de klasse M Fjorden op de hoogste plaats eindigde, Peter Schouten won met zijn Fjorden namelijk in deze klasse de titel. Dat was dus een feestje in Aalten waar het kampioenschap werd verreden. Met leuzen als “zelfs de kleinste Fjord is een kanjer” en “laat die gelen maar gaan” was het een sportief gebeuren.

Voor het aankomende jaar is ook een duidelijk doel gesteld. Dat is te eindigen bij de bovenste helft van de rubriek. Verboom is een goede rijder en als we qua resultaat in de buurt zouden komen dan krijgen de paarde een extra schep voer. Halverwege februari is de draad weer opgepakt met de duur-training, in de wintermaanden wordt alleen onder het zadel gereden, dit in verband met de kou want op de koets zit je toch stil.
Voor iedereen die met zijn of haar fjord serieus aan het werk gaat is het mogelijk om te presteren, zelfs als er niet op afstamming wordt geselecteerd. Natuurlijk heeft het ene bloed een wat werkwilliger karakter dan het andere maar je moet leren ermee om te gaan en de training aan het paard aan te passen.
Het is een kwestie van doorzetten en je niet door commentaar van anderen uit het veld laten slaan. Lodettes vader zegt altijd: “Er komt een dag dat ze wijs worden en die grote paarden inruilen voor een paar Fjorden, al was het maar omdat ze veel minder eten dan zo’n groot dier ...”

1999:

In Uden stond het nationaal kampioenschap op het programma van de VSMVN en wel dat voor tweespannen pony's. Er wordt in competitie vorm gereden en wel over 4 wedstrijden, namelijk die in Horst, Oldenzaal, Zelhem en Uden. Lodette stond met haar ruinen Archibald en Joerie het beste voor, ze moest alleen maar de wedstrijd uit te rijden. In de hindernissen hebben we overal de altenatieve route genomen, wat uiteraard extra tijd koste. De beide ruinen doen het nog prima en hoop nog vele jaren plezier van ze te hebben ,aldus Lorette.

Home(<-Terug)

Het Nederlandse Fjordenpaarden Stamboek, Krimweg 125, 7351 TL Hoenderloo.
Tel. : 055-3781344 Fax : 055-3781391 E-Mail : post@fjordstudbook.com
WebMaster : webservices@abc-software.com